![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verslag - KickOff 27 november 2003 Naar een succesvol E-merge programma 1. Werkconferentie E-merge Op 27 november 2003 is in Eindhoven een werkconferentie E-merge georganiseerd. Aan de conferentie namen deel de programmaleiders, benoemde projectleiders, leden van de stuurgroep, twee opleidingsmanagers, communicatieadviseur, student. De wekconferentie werd begeleid door organisatieadviseur, trainer en interimmanager Gerard Grosman. 2. De kern van het programma Bij E-merge draait het vooral om het proces. Naast de inhoud is het gevoel belangrijk. Het is daarom essentieel om op deze werkconferentie een gezamenlijk beeld te krijgen over:
Om tot een gezamenlijk beeld te komen, is het belangrijk dat ieder zich bewust wordt van de persoonlijke bedoelingen/motieven. Met andere woorden, wat motiveert ieder om zich actief in te zetten voor E-merge? Opdracht ‘persoonlijke doelen’ Er worden drie groepjes geformeerd en iedereen krijgt de tijd om zijn persoonlijke beweegredenen ten aanzien van E-merge aan te geven. De persoonlijke doelstellingen op een rijtje:
3. Verschil tussen Programma en Project
Dit overzicht laat het verschil in doelen zien. Ook maakt het zichtbaar het verschil in de lange en korte termijn effecten en de implementatiegedachte daarbij. Het is belangrijk om continue over de programmascope na te denken. De vraag blijft: dragen de projecten bij aan het E-merge programma.
4. Doelgroepen E-merge programma
De bestuursleden zijn de facilitators, sponsoren, dragers van het E-merge programma. Zij bewaken de langere termijn doelstellingen. De opleidingsdirecteuren beslissen over de opleidingen. Zij beslissen dus ook over de mate van gebruik van de E-merge producten. Focus moet daarom liggen bij deze doelgroep, omdat zij belangrijk zijn voor het voortbestaan van E-merge. De opleidingsdirecteuren zijn een moeilijk te bereiken groep. De omvang van deze groep verschilt per instelling. Zo heeft Universiteit Leiden 60 opleidingsdirecteuren en TU Delft heeft er 20. Daarnaast is de beslissingscultuur (formeel en informeel) per instelling zeer verschillend. De docenten en studenten gaan de E-merge producten gebruiken. Een projecteffect is pas bereikt als deze doelgroep ermee gaat ‘werken’. 5. Risicoanalyse op programma niveau Technische en onderwijskundige projecten gaan we beheersbaar maken vanuit een risicoanalyse. Met behulp van risicomanagement maken we de risico’s van projecten zichtbaar en formuleren beheersmaatregelen. Door projecten te definiëren in termen van projectresultaat (Þ projecteffect), wordt een eerste inzicht verkregen in de risico’s van projecten. Zie onderstaand model.
6. Vier stappen bij risicoanalyse De groep wordt weer in drie groepjes verdeeld. Aan de hand van vier stappen gaat iedere groep aan de slag met het maken van een risicoanalyse: Stap 1. Inventariseer. Definieer de risico’s aan de hand van drie à vier projecten. Stap 2. Prioriteer. Selecteer twee projecten. Maak een risicoprofiel op programma niveau. Stap 3. Analyseer de beheersmaatregelen. Stap 4. Formuleer effectieve maatregelen (Þ effect x kosten)
Risicoprofiel Een risicoprofiel maak je door te kijken naar de kans dat het risico voorkomt en het effect van het risico op het programma. Risicoprofiel = kans x effect = K x E. Onderstaand model kan je helpen bij het bepalen een risicoprofiel. Plaats de risico’s in de tabel. Model risicoprofiel
Groep 1
Stap 1. Inventariseer risico’s:
Stap 2. Prioriteer risico’s
Groep 1 selecteert nummer 2 als hoofdrisico: het resultaat voldoet niet aan verwachtingen opleidingsmanager (afnemer). Stap 3 en 4. Beheers/tegenmaatregelen Tegenmaatregelen:
Wie dienen er een rol spelen te spelen bij de tegenmaatregelen? ad 1. programmaleiders en instellingscoördinatoren (SG) ad 2. programmaleiders en stuurgroep ad 3. projectleiders en programmaleiders ad 4. programmaleiders Groep 2 Stap 1. Inventariseer risico’s:
Stap 2. Prioriteer risico’s Groep 2 selecteert de nummers 1 en 7 (K+ x E+) als hoofdrisico’s:
Stap 3 en 4. Beheersmaatregelen
Wie dienen er een rol spelen te spelen / betrokken te zijn bij de maatregelen? ad 1. stuurgroep, programmaleiders, projectleiders ad 2. stuurgroep ad 3. stuurgroep ad 4. stuurgroep, programmaleiders, projectleiders ad 5. projectleiders ad 6. programmaleiders Groep 3 Stap 1. Inventariseer risico’s:
Stap 2. Prioriteer risico’s
Groep 3 heeft de nummers 1, 3, 6 en 9 omcirkeld. Stap 3 en 4. Formuleer beheersmaatregelen:
Wie dienen er een rol spelen te spelen / betrokken te zijn bij de maatregelen? ad 1. projectleiders, stuurgroep ad 2. programmaleiders, projectleiders, comm. ad 3. bestuur, stuurgroep 7. Succescriteria van het programma Opdracht Formuleer de succescriteria en verken ieders bijdrage daaraan. Groep 1 - succescriteria
Groep 2 - succescriteria
Groep 3 - succescriteria
8. Informeel nagesprek
Onder het genot van een borrel werd nagepraat over de zeer geslaagde werkconferentie. Mededelingen Joost Groot Kormelink Stuurgroep Delft, secretaris bestuur Hieronder de mededelingen van Joost Groot Kormelink namens het bestuur kort samengevat:
Het bibliotheek voorstel wordt geïntegreerd in E-merge |
